

The name is Leen, Michiel Leen. In een duister doch recent verleden cultuurmedewerker voor de Leuvense studentenkrant Veto en heden ten dage student journalistiek in Antwerpen. Gebeten door kunst- en vliegwerk allerhande en niet te beroerd om zelf de gitaar om te gorden bij het hardpopcollectief 4th Dimension. Heeft zijn riffs graag rauw ('s avonds), al valt popgetinte melancholie ook wel in de smaak (the morning after.) Vergeet consequent zijn oordopjes mee te brengen. Meer info en leesvoer vind je op mijn website!
Veto Jaargang 36, nr. 12
De Roovers spelen “Ca Brûle” in 30CC
Verschroeiend grappig & brandend actueel
Voor de theatervoorstelling Ca brûle slaan de Antwerpse collectieven De Roovers en De vereniging voor enthousiasten voor het reële en universele de handen in elkaar voor een vurig avondje theater. Vuur is het centrale element in deze voorstelling, van kaarslichtjes tot full blown gasbranders. Vaak compromisloos grappig, maar met een duidelijke politieke subtekst.Michiel Leen
Voor deze voorstelling slaan twee collectieven de handen in elkaar. De vereniging voor enthousiasten voor het reële en universele staat voor het eerst sinds lang opnieuw op de planken, met An Miller (Liesje uit de TV1-serie Het Eiland) als speciale gast. De Roovers doen al sinds 1994 hun eigenzinnige ding. Dat is ook te merken aan de opbouw en tekst van deze voorstelling; rond de centrale thematiek bouwden de acteurs een hele voorstelling op. Meer dan een afgerond geheel is Ca Brûle dus een opeenvolging van sketchachtige scènes waarin vuur centraal staat.
DummiesDe mens heeft immers altijd een wat vreemde relatie gehad met het vuur. Het bood vele mogelijkheden, waarmee hij voor altijd voorsprong nam op de dieren, die geen vuur konden maken. De mens ontdekte echter algauw dat warmte en destructie hand in hand kunnen gaan. Met dat gegeven gingen de acteurs aan de slag, en al in de eerste acte is het goed raak. Die is wel opgevat als een klassieke monoloog, maar de actrice die hem opvoert, wordt doelbewust van het podium gespeeld door een zwijgende kolos met een vervaarlijke gasbrander –een glansrol van Johan Dehollander. Een hilarisch contrast, al blijkt duidelijk dat het publiek zo vroeg in de voorstelling nog niet zeker weet of er in dit stuk wel luidop mag gelachen worden. Bovendien houd je meer dan eens je hart vast bij de gedachte aan de vreselijke ongelukken die uit dat al te nonchalante vuurke-stook kunnen voortkomen.
Gelukkig blijft de cast van grote (onverwachte) ongelukken gespaard en wanneer even later Dirk Van Dijck het podium betreedt om op geaffecteerde wijze commentaar te geven bij een absurde voorlichtingsfilm, mag er gelukkig wel luidop gelachen worden. Van Dijck –bekend als Michel Drets uit Het Eiland – trakteert het publiek op een hilarisch rondje “kapitalisme voor dummies,” geruggensteund door beelden die voor het merendeel afkomstig zijn uit een Zuid-Amerikaanse schoolfilm.
LucifersToch is Ca Brûle niet zomaar vrijblijvende kolder. Het stuk barst van de referenties naar wereldbranden, de brandende boekenstapels van het interbellum en Jan Palach, de Tsjechische student die in 1969 zichzelf in brand stak als protest tegen het communistische regime in zijn land. Zonder meer hartverscheurend is de korte scène rond het sprookje van het meisje met de zwavelstokjes. Zij sterft immers aan de deur van een rijkeluiswoning wanneer ook haar laatste lucifer is opgebrand. De Roovers vragen zich als het ware hardop af waarom ze er niet voor gekozen heeft om met die laatste lucifer dat huis in de hens te zetten.
Kortom, met Ca Brûle leveren de beide collectieven een verschroeiend grappig, maar ook brandend actueel stuk af. Zeker niet het meest toegankelijke toneelstuk, maar alleszins een warme aanrader.
“Ca Brûle:” 16/12 en 17/12 in de Leuvense Stadsschouwburg. Info & tickets via www.30cc.be
Veto jaargang 35, nummer 11 (december 2008)Christophe Vekeman tijdens “Uitgelezen: Kontschoppers”
Ik ben géén kontschopper”
Christophe Vekeman(1972) is de auteur van vijf romans, waarvan Lege Jurken (2008) de recentste is. Op 4 december was hij, samen met Lieven Scheire en Kathleen Cools te gast in de Tweebronnenbibliotheek in het kader van “Uitgelezen,” dit keer rond het thema Kontschoppers. Een gesprek over mensen zoals u en ik, een schrijversgeneratie die er geen is, en een kapsel dat vanzelf naar de zon toe groeit.
Michiel Leen
Veto: Bent u een kontschopper?Christophe Vekeman<<:Neen, zeker niet. Ik vind het om te beginnen al een belachelijk woord, dus ik zal het nooit gebruiken om mezelf te omschrijven. Het gaat vanavond natuurlijk om boeken die geacht worden een beetje rebels of jong te zijn, maar tja…’t Kind moet een naam hebben, zeker?
Veto: Gaat u vanavond ook eigen werk brengen?Vekeman<<:Dat weet ik nog niet. Wanneer ik “op stap ga” heb ik steeds een aantal eigen teksten bij me, om eventueel te brengen. Dan lees ik een paar gedichten, je moet er ook niet mee overdrijven. Je moet het publiek wat sparen en niet teveel geven.
Ik heb in het verleden een aantal teksten geschreven voor theater, en doorgaans beviel mij dat niet. Sien Eggers heeft een monoloog van mij gespeeld, dat was wel heel goed, maar vaker had ik toch in alle bescheidenheid het idee “dat doe ik zelf beter.” Mijn eigen teksten breng ik zelf nog steeds het best. Bovendien doe ik het ook veel te graag.
LosersVeto: In uw werk komen nogal wat rasechte losers voor…
Vekeman <<: Ja, dat wordt wel gezegd: “Die Vekeman schrijft altijd over losers,” maar ik vind dat geen losers. Het zijn mensen zoals u en ik, en ik vrees vooral zoals ik. Het zijn niet zo’n bijzondere mensen, tenminste niet in wat ze doen en zeggen. Het enige wat hen misschien een beetje extreem maakt,is hun gedachtengang en gevoelswereld, die ongeveer overeenkomt met de mijne, zij het dan een beetje uitvergroot. Ik ken weinig mensen die zo sterk op mij lijken als Sebastiaan Krops en Lester Brandman. (hoofdpersonages uit resp. Een Borrel met Barry en Lege Jurken, red.)Het zijn echter absoluut geen autobiografische romans. Dit zijn eigenlijk boeken waarin ik naga hoe ik – of iemand als ik- zou reageren, mocht hij in bepaalde, niet door mijzelf meegemaakte situaties belanden. Zo krijgt in Lege Jurken iemand te horen dat hij vader zal worden. Ikzelf heb dat nog niet meegemaakt, maar probeer me voor te stellen hoe iemand als ik zou reageren – in het ergste geval. Ik schrijf dus wel vanuit mijn eigen gevoelswereld, maar niet vanuit mijn eigen verleden.
DertigersVeto: Hebt u het gevoel bij een literaire dertigersgeneratie te horen?
Vekeman<<: Ik debuteerde in 1999, samen met Verhulst, Yves Petry, en Erwin Mortier en je kunt niet ontkennen dat je samen hebt gedebuteerd, dus dan behoor je vanzelf al tot een bepaalde generatie, punt uit. Maar met iemand als Saskia de Coster heb ik totaal geen voeling, literair gezien. Mijn en haar werk hebben niets met elkaar te maken- al wie een boek van ons beiden gelezen heeft, zal dat beamen. Met Mortier, die ik erg bewonder, hetzelfde. In Knack heeft men ooit de “dertigers” gecategoriseerd en zei men, terecht, “Die Vekeman hoort daar niet bij.” Blijkbaar schrijf ik teveel in de traditie van Lanoye en Brusselmans. Ik heb ook nooit het gevoel gehad te behoren tot een nieuwe, frisse generatie die breekt met het verleden. Ik heb voor mezelf van in het begin heel duidelijk vastgesteld te willen schrijven in de traditie van Brusselmans en Lanoye, en Gerard Reve, en Hermans, en Nescio, Elsschot, Emants en Coenen enzovoort. Ik wil absoluut niet het warme water uitvinden.
Veto: Zou u ooit een boek gratis weggeven bij Humo, zoals Dimitri Verhulst?
Vekeman<<: Ik ga daar geen ja of geen neen op antwoorden, want volgens mij heeft Verhulst er ont-zet-tend veel geld voor gekregen. Als je een bedrag krijgt, dat je normaal slechts krijgt wanneer je honderdduizend boeken verkocht hebt, denk je wel twee keer na over zo’n aanbod. Ik kan niet zeggen dat ik dat als schrijver nooit zou doen. Als baas van den Humo zou ik het nooit doen. Het is geen goede zaak voor de literatuur wanneer je de boodschap de wereld in stuurt dat een boek waardeloos is. Literatuur is iets van waarde, en heeft daarom ook zijn prijs.
Veto: Voor de tijdschriftenmarkt was het dan weer een primeur.
Vekeman<<: Ja, het is een slimme commerciële zet. Maar ik aanschouw het toch met lede ogen. Nu goed, ik lig er niet wakker van. Nu heb je dus een volwaardig boek bij de Humo, dat in vele gevallen als een oude krant of een oud tijdschrift bij het oud papier belandt.
Veto: In Lege Jurken wordt soms verwezen naar “de kijker thuis.” Is dat maatschappijkritisch bedoeld?
Vekeman<<: (Lacht): Wat zeg je nu man? De kijker thuis fungeert als het koor in een Griekse tragedie. Het hoofdpersonage beeldt zich die kijker in en beeldt zich eveneens in wat die kijker van hem denkt. De kijker fungeert een beetje als een geweten. Mja, het is niet maatschappijkritisch bedoeld, maar het is wel typisch voor deze tijd, met al die realitysoaps en zo. Als kind had ik vaak het idee dat er een verborgen camera op mij gericht was; verborgen-cameraprogramma’s waren toen erg populair. Moest ik echter vandaag kind zijn, zou ik denken dat ik in een realitysoap meespeelde, met dat idee van “iedereen ziet mij voortdurend.” Dat idee zit ook in de roman.
HaarVeto: Wat doet u om uw haar zo verticaal te krijgen?
Vekeman<<: Wel, niks eigenlijk. Het groeit naar de zon toe. Er is helemaal geen spul in, het is een erfenis van mijn grootvader. Veel mensen denken dan wel dat ik heelder uren voor de spiegel sta voor ik buiten kom. Da’s het enige dat mij aan dat kapsel tegensteekt. Ik heb vorige zomer wel in Weekend Knack gestaan in een fotoreportage over kleren –ik heb een jasje dat nog van Herman Brood is geweest- maar ik wordt gevrààgd,hé. Ik voel mij niet te goed voor zulke dingen. Het is ook weer niet mijn favoriete bezigheid. Maar goed, als schrijver moet je jezelf en je boeken weten te verkopen. En als je daar niet tegen kunt, moet je maar geen boeken schrijven, laat staan ze uitgeven






